In de pers

Met Airbnb kan iedereen ‘hotelletje spelen’. En met Uber is iedereen straks taxichauffeur.De Tijd 26 JUN 2014 door Peter De Groote

Online start-ups, die inspelen op de populariteit om dingen te delen, zetten sector na sector op zijn kop.
‘Dit is een botsing tussen de 20ste en de 21ste eeuw.’

Welkom bij Tim, dertiger en eigenaar van een gerenoveerd herenhuis. Met zijn vrouw en kinderen betrekt hij de onderste twee etages. De bovenste twee verhuurt hij. Aanvankelijk via immosites. Sinds november via Airbnb, een populaire Amerikaanse website waar particulieren voor korte tijd een deel van hun huis of appartement te huur aanbieden. Vooral aan citytrippers die genoeg hebben van klassieke hotels en het bijzonder vinden bij iemand thuis te overnachten.

Tim kan zijn geluk niet op. ‘Vroeger verhuurden we de bovenste helft van ons huis op de private huurmarkt voor 500 euro per maand. Maar dan hadden we ook het gevoel dat er constant mensen in huis rondliepen. Via Airbnb verdienen we evenveel in vier weekends, en dat na aftrek van de kleine 10 procent commissie die Airbnb opstrijkt.’

Airbnb is een van de vaandeldragers van de bloeiende peer-to-peereconomie, een economie waarin mensen – vaak via het internet – als peers of gelijken handel drijven. Goederen en diensten worden gedeeld of verhuurd in plaats van verkocht. De overheid heeft er weinig te zoeken. Bedrijven zijn smeerolie tussen consumenten veeleer dan verkoopmachines.

Ook Uber, dat deze week aankondigde dit jaar in Brussel en Antwerpen te willen starten, huldigt de peer-to-peerfilosofie. Via een online platform brengt het mensen op zoek naar een lift in contact met chauffeurs van vrij luxueuze auto’s. Uber is geen klassiek taxibedrijf: het heeft geen telefooncentrale en de chauffeurs zijn vaak zelfstandigen. Eigenlijk is het een ontwikkelaar en beheerder van een mobiele online dienst die mensen verbindt die elkaar vroeger nooit hadden gevonden.

Die verbindingen vinden vandaag op zo’n grote schaal plaats – de wereldwijde peer-to-peerverhuurmarkt werd vorig jaar op 26 miljard dollar geschat – dat ze steeds meer rimpels veroorzaken in de klassieke economie. De manier waarop Tim ‘hotelletje speelt’, illustreert waarom. Buitenlandse toeristen die jaren geleden in een ‘echt’ hotel zouden zijn beland, komen vandaag steeds vaker bij mensen als Tim uit.

ONGELIJKE WAPENS

De omvang van Airbnb blijft vooralsnog beperkt in België, maar steden als Amsterdam en Barcelona geven een voorsmaakje van wat mogelijk komen gaat. In Amsterdam is het aanbod van Airbnb gelijk aan iets meer dan een kwart van de gewone hotelkamers, in Barcelona meer dan een derde. Uber is minstens zo populair. In Frankrijk zelfs zo populair dat klassieke taxichauffeurs uit frustratie al meer dan tien Uber-auto’s aanvielen.

Dat zijn niet louter conservatieve krampen. Peer-to-peerbedrijven zijn niet alleen nieuwe concurrenten, ze strijden ook met ongelijke wapens. Neem nu Tim. De hotelbaas in bijberoep verdient een aardige boterham aan zijn bovenverdieping, maar legt wel alle bijbehorende verplichtingen naast zich neer.

Zo heeft hij zich niet geregistreerd op vlis.vlaanderen.be, sinds de invoering van het Logiesdecreet in 2010 nochtans verplicht voor wie vakantieverblijven aanbiedt. Hij betaalt geen belastingen op zijn huurinkomsten, en al evenmin een stadsbelasting voor toeristische verblijven. ‘Het is me niet duidelijk volgens welke regeling ik belastingen zou moeten betalen’, zegt hij. ‘Ben ik verplicht mijn Airbnb-inkomsten aan te geven? Dan zal ik dat later dit jaar bekijken met mijn boekhouder.’

De peer-to-peereconomie heeft lak aan wetten en regelneverij. Net omdat een overeenkomst zich online en uit het zicht van de overheid voltrekt – geen enkele Airbnb-aanbieder heeft ‘hotel’ boven zijn voordeur hangen en de online profielen zijn afgeschermd – zijn gebruikers niet snel geneigd het boekje te volgen. Bovendien is het ‘boekje’ er één van de oude economie. ‘Er bestaat geen duidelijk kader voor de inkomsten uit peer-to-peer’, zegt Angelo Meuleman, expert gedeelde mobiliteit bij Taxistop (bekend van onder meer het autodeelinitiatief Cambio) en Ouishare, een wereldwijd kennisplatform voor de peer-to-peereconomie. ‘Zulke inkomsten zitten vaak in een grijze zone. En zolang de initiatieven kleinschalig zijn, maakt de fiscus of de btw-inspectie er geen prioriteit van.’

DIVERSE INKOMSTEN

‘Als het geen beroepsinkomsten zijn, moeten ze sowieso onder het vakje diverse inkomsten worden aangegeven’, beklemtoont Francis Adyns, de woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën, die eraan toevoegt dat de fiscus ‘het internet afspeurt naar initiatieven zoals Airbnb’. Maar Meuleman werpt op: ‘De overheid heeft het niet enkel moeilijk om transacties te controleren. Het is ook onduidelijk wat als onkostenvergoeding kan worden beschouwd en wat als inkomsten. Transacties zijn ook niet altijd financieel: wat met platformen die ruilen of elkaar diensten verlenen, zoals de Lets-groepen?’

Navraag bij Lets Gent, met meer dan 500 leden de grootste Lets-groep van Vlaanderen, leert dat de fiscus een viertal jaar geleden Lets Gent vrije baan gaf, op voorwaarde dat het ‘binnen de sfeer van vrijetijdswerk bleef’. ‘Sindsdien zijn we meer dan verdubbeld in omvang’, zegt Johan Boelaert van Lets Gent. ‘Ik weet niet hoelang de fiscus ons als kleinschalig blijft beschouwen.’ Meuleman verklaart de grijze legale zone waar veel peer-to-peerbedrijven in vertoeven als volgt: ‘Peer-to-peer draait vaak rond 21ste-eeuwse oplossingen voor dagdagelijkse problemen. Denk aan buren die met elkaar een auto delen, wat logischer wordt omdat een aankoop van een auto nu eenmaal duur is en er al veel voertuigen rondrijden. Maar dat wringt met wetten en regels die vooral zijn opgesteld in de 20ste eeuw, toen van zulke problemen – laat staan van de oplossingen ervoor – geen sprake was.’

De fiscaal jurist Erik De Ridder, die zich de jongste jaren in de peer-to-peer economie specialiseerde, voegt daaraan toe dat de aandeelhouders van bedrijven als Airbnb en Uber die tweespalt handig uitbuiten. ‘Goldman Sachs en Google, allebei aandeelhouder van Uber, lobbyen bij de Europese Unie om met Uber nog sneller toegang te krijgen tot de Europese markt. Ze beseffen dat ze een business in handen hebben waarmee ze snel marktaandeel kunnen winnen. Ook het bedrijfsmodel van Uber is gespleten: op het eerste gezicht is de filosofie erg modern, maar achter de schermen gaat het heel ouderwets over marktaandeel veroveren en winst maken.’

DIARREE AAN RECHTSZAKEN

De Sturm und Drang van bedrijven als Airbnb en Uber vertaalt zich wereldwijd in een diarree van rechtszaken en overheden die op de rem gaan staan. Frankrijk verplichtte Uber-chauffeurs eind vorig jaar na de bestelling een kwartier te wachten alvorens hun klanten op te pikken, zodat de klassieke taxichauffeurs ook de kans krijgen om de klant te vervoeren. In Berlijn is het sinds 1 januari verboden voor particulieren hun woning aan toeristen te verhuren. Het enorme succes van Airbnb vormde niet alleen stevige concurrentie voor de hotels, maar creëerde ook overlast in sommige buurten en een tekort aan woningen op de private huurmarkt.

Ook in ons land is meer regelgeving op komst. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt aan regels die de fiscale ongelijkheid tussen Airbnb- en hoteluitbaters moeten wegwerken. Het wil Airbnb-uitbaters ook extra eisen opleggen, zoals verse lakens en een eigen badkamer. Het is bovendien hoogst onzeker dat het Gewest de wet voor taxivervoer versoepelt zodat Uber zou kunnen neerstrijken in Brussel. Horeca Vlaanderen zegt te zullen blijven vechten tegen ‘iedereen die horeca speelt zonder de regels te volgen’. Het Departement Internationaal Vlaanderen, dat Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois adviseert (N-VA), is op verzoek van Horeca Vlaanderen onlangs alvast met een ‘doorlichting’ van Airbnb gestart.

Maar peer-to-peer is niet te stoppen. De vraag is er, de technologie ook. ‘Overheden focussen zich maar beter op het opstellen van juiste regels dan op repressie’, zeggen Meuleman en De Ridder. Meuleman stelt voor om een deel van de inkomsten uit peer-to-peer fiscaal vrij te stellen. ‘In ruil kan de overheid transparantie eisen.’ De Ridder: ‘Waarom geen richtlijn die bepaalt dat wie minder dan dertig dagen per jaar een deel van zijn woning aan onbekenden verhuurt fiscaal wordt vrijgesteld?’

In afwachting houdt Tim verder ‘hotel’ op zijn bovenste verdiepingen. ‘Tot er duidelijke regels zijn, zie ik niet in waarom ik met Airbnb zou stoppen. De zaken draaien goed. En als de overheid de regels verstrengt, dan zien we wel weer.’