Deeleconomie en Recht

1.1    Inleiding

Hoe noem je een jurist of advocaat die mensen helpt te delen, samen te werken, ruilhandel op te zetten en de lokale economie helpt te stimuleren, en mee te bouwen aan duurzame gemeenschappen?

Dat klinkt als het begin van een advocaten grap, maar eigenlijk is dit het begin van een nieuw rechtsgebied in de praktijk. Zeer binnenkort zal iedere gemeenschap of buurt behoefte hebben aan een specialist op dit nog te benoemen rechtsdomein: het recht op gemeenschap- of buurt transacties? Het recht van de duurzame economie of Coöperatief Recht? Beter is misschien het Het Recht van het Delen te noemen.

1.2    Het evoluerende karakter van onze transacties

In tegenstelling tot wat we te zien krijgen tijdens tv-programma’s, waarin advocaten geportretteerd worden, werkt ongeveer de helft van de advocaten in de eerste plaats als transactioneel advocaat, en niet als aanklagers in de rechtbank.

Transactionele juristen of advocaten adviseren over, onderhandelen en structureren de overeenkomsten, die zakelijke deals, onroerend goed transfers, leningen, fusies, effecten, verzekeringen enz. regelen. Het evoluerende karakter van onze transacties heeft geleid tot de behoefte aan een nieuw gebied van de rechtspraktijk. We gaan een tijdperk tegemoet van innovatieve transacties, vooral tussen particulieren en kleinere entiteiten, zoals:

1.3    Transacties die de menselijke levendigheid terug in de gemeenschap brengen

Hoe ziet de wereld eruit als dit soort transacties meer en vaker gaan voorkomen, en wat zijn de juridische gevolgen? Laten we eens kijken naar volgend fictief voorbeeld: Lien woont in een gemeentelijke co-housing gemeenschap en bezit een aandeel in een auto samen met twee buren. Elke dag deelt zij vlot, leent uit en ontleent (in plaats van bezit) veel huishoudelijke artikelen, gereedschappen, elektronica, en andere voorwerpen. Zij is lid van een coöperatieve supermarkt, waardoor zij aanzienlijke kortingen ontvangt in ruil voor een paar maandelijkse werkuren in de supermarkt.

Figuur 11 – O.a. in Brussel heb je Farm – een coöperatieve supermarkt.

Zij kweekt groenten op een lege kavel en soms verkoopt zij de groenten aan de buren. Zij heeft een succesvol dak tuiniersbedrijf, dat gelanceerd is met behulp van 20 microkredieten en investeringen van vrienden en familie. Zij doet vaak klussen in ruil voor goederen en diensten. Zij heeft ook een aandeel van 5% in een Welness retraitecentrum buiten de gemeente, dat zij verworven heeft door inbreng van arbeid bij de oprichting ervan.

Je zou kunnen zeggen dat Lien het “levendige” terug in de buurt brengt. Dankzij het delen en het samenwerken is zij erin geslaagd voor zichzelf een betaalbare, comfortabele levensstijl te creëren waarin zij haar ambacht en vaardigheden kan benutten, én gevarieerd en zelf georganiseerd werk te doen, én te wonen en te werken in een ondersteunende gemeenschap. Zij heeft door haar eigen inbreng eigendomsrecht “gefinancierd” en lanceerde een bloeiend bedrijf, los van het traditionele financiële en bancaire net. De problemen die zij heeft zijn: hoe dit alles te melden aan de belastingdienst, en hoe het uit te leggen aan haar autoverzekeringsmaatschappij, haar mutualiteit, haar bank die haar de hypothecaire lening voor haar huis verstrekte, het ministerie van economie, het ministerie van binnenlandse zaken, de gemeente en de dienst voor bouwvergunningen en alle andere regelgevende en bureaucratische entiteiten, die zeggenschap hebben over wat zij wél en niet kan doen. En hoe kan Lien er helemaal zeker van zijn dat haar rechten op gedeeltelijke eigendom in de co-housing gemeenschap, het retraitecentrum, de gedeelde auto, de gedeelde goederen, en de coöperatieve worden gerespecteerd door haar mede-deelgenoten, of, in het geval van een onoplosbaar geschil, gerespecteerd zullen worden door een rechtbank?

En hoe kan zij op een betaalbare manier het risico van haar activiteiten beheren, aangezien haar activiteiten niet passen in het traditionele verzekeringswezen. Kortom: het goede leven en het creëren van meer gelokaliseerde, duurzame economie wordt geconfronteerd met tal van juridische problemen.

1.4    Juristen en advocaten gaan hun hoofd hierover breken.

Proberen om de juridische kwesties, die voortvloeien uit de levensstijl van Lien, te ontwarren, is als het proberen om een gigantisch, rommelig, kluwen te ontrafelen. Een grote uitdaging voor de komende generaties van advocaten en juristen. Momenteel is er niet veel literatuur voorhanden betreffende de juridische implicaties van dit soort transacties. Voor de juristen onder ons, die zich willen specialiseren in dit nieuwe gebied, blijven vele juridische vragen nog onbeantwoord. Een-op-een, cliënt-per-cliënt, maken we vooruitgang.

Als we vaststellen dat meer en meer mensen willen meedoen met een levensstijl van meer delen, kunnen we uitkijken naar een groeiende rechtspraak en meer literatuur over dit onderwerp. Enerzijds zullen de antwoorden nooit eenduidig zijn en anderzijds zullen de tradities waaraan we gewend zijn geraakt, steeds meer worden in vraag gesteld en vervagen. Totdat we evolueren naar een nieuwe reeks van juridische definities, zullen we onzeker dansen rond de grenzen tussen “inkomen” en “geven”, tussen “eigendom” en “huur”, tussen “werknemers” en “vrijwilligers”, tussen “werk” en “hobby”, tussen “non-profit” en “for-profit”, tussen “investeren” en “doneren”, en ga zo maar door.

Onze klanten kunnen “out of the box” in hun levensonderhoud voorzien en organisaties oprichten, maar het zal nog steeds de taak van juristen en advocaten zijn om hen te helpen om deze activiteiten te doen passen in ons traditioneel wetsysteem, dat geworteld is in het burgerlijke -, fiscale – en strafrecht uit de tijd van Napoleon (1804).

1.5    Een wereld van samenwerking schreeuwt om Collaboratieve Advocaten

De groei van het “gemeenschapstransactie recht” of het “recht van het delen” heeft gevolgen, niet alleen voor wat advocatenpraktijken zelf betreffen, maar ook hoe ze in de praktijk werken, hoe ze omgaan met klanten, diensten leveren, vergoedingen bepalen, werken met belangenconflicten, en ga zo maar door. Werken op dit gebied vereist niet alleen de vaardigheden van juridische analyse, maar ook de vaardigheden van openheid, duidelijke communicatie, samenwerking, en een goed begrip van de rol die menselijke behoeften en emoties spelen in gezamenlijke transacties. Samenwerking tussen advocaat, cliënt en gemeenschap is de sleutel. Een advocaat brengt juridische kennis, terwijl een cliënt praktische kennis brengt, en de gemeenschap het forum is voor de transacties. Voor zover informatie wordt gedeeld in alle richtingen, zullen doordachte en innovatieve transacties ontstaan.

Traditionele advocaten delen meestal niet vrijelijk voorbeelddocumenten, omdat het invullen van template documenten een primaire manier is voor advocaten om geld te verdienen. Advocaten op dit nieuwe terrein zullen nieuwe verdienmodellen moeten gebruiken die het delen van informatie bevorderen en ontwikkelen. De vrije stroom van informatie zal zorgen voor beter geïnformeerde klanten, betere kwaliteit van documenten en gemeenschappen, die kennis verwerven en een goed begrip hebben van wat mogelijk is. Advocaten zelf kunnen ook gebruik maken van de idee van het delen om juridische diensten meer betaalbaar, en dus toegankelijker, te maken. Een advocaat, die kantoorruimte wil delen, kan zijn overheadkosten veel lager houden vergeleken met deze van een advocaat, wiens kantoor gebouwd is om er uit te zien als een gouden paleis. Een advocaat, die openstaat voor het ontvangen van zijn ereloon in een complementaire munt of in tijd-euro’s of wil werken in ruil voor een mand bio groenten, zal juridische diensten toegankelijker maken voor een breder scala van klanten.

1.6    Juridische Documenten die levendig worden en zinvol en duidelijk zijn.

Een groot deel van het werk van advocaten bestaat uit het opstellen van documenten, zoals contracten en afspraken over hoe organisaties functioneren. In een wereld, waar mensen kinderopvang, coöperatieven, gemeenschappelijke tuinen, open source creatieve projecten, en andere gedecentraliseerde, participatieve, flexibele, en aanpasbare groepsprojecten creëren, worden documenten, die duidelijke regelgeving hieromtrent beschrijven, onmisbaar.

Dit wil allereerst zeggen: documenten in mensentaal. Bij een traditionele transactie tussen advocaat en cliënt bereidt de advocaat het document voor. De cliënt leest het – meestal snel en oppervlakkig – zonder het volledig te begrijpen. Het document wordt vervolgens in een archiefkast opgeborgen om niet meer bekeken te worden, tenzij iemand een klacht heeft. In dat geval wordt dan een advocaat ingehuurd om de ontzettend lange alinea’s en de “vreemde” taal te interpreteren. Documenten zouden echter “levende” instrumenten moeten zijn voor organisaties gericht op delen. Een leesbaar beleidsdocument zou moeten:

  • de groep helpen om tot een goed doordacht plan te komen;
  • dienen als een handig hulpmiddel voor de deelnemers teneinde consistentie van de acties te bevorderen;
  • de groep in staat stellen nieuwe mensen uit te nodigen, die snel kunnen instappen in het bestaande programma;
  • de groepsharmonie bevorderen door ervoor te zorgen dat iedereen eenzelfde begrip heeft van de situatie;
  • ondersteuning bieden aan andere, soortgelijke programma’s, zodat het gemakkelijk wordt voor derden om een nieuw programma op basis van het eerste beleidsdocument te modelleren.

1.7    Advocaten worden bemiddelaar

In grote delen van de wereld kunnen advocaten groepen van mensen vertegenwoordigen, in plaats van alleen particulieren en zakelijke entiteiten. In deze situaties kan een advocaat tegelijk optreden als advocaat én bemiddelaar. Dit wijkt, tot op zekere hoogte, af van de traditionele modellen waarmee in de praktijk gewerkt wordt. Bijvoorbeeld: als drie onafhankelijke mensen besluiten om samen een huis te kopen en een advocaat benaderen om hun gezamenlijke eigendomsovereenkomst op te stellen, zal elke partij haar eigen advocaat nodig hebben.

Door tegelijkertijd meerdere partijen te vertegenwoordigen tijdens eenzelfde transactie kan een advocaat ertoe verleid worden om ethische regels te schenden, omdat de belangen van de diverse partijen in conflict kunnen komen met elkaar. Bovendien betekent gezamenlijke vertegenwoordiging dat elke individuele cliënt niet langer zijn eigen advocaat heeft, die exclusief zijn belangen vertegenwoordigt. Behartiging van het eigen belang is misschien niet het belangrijkste dat klanten zoeken in een “deel advocaat”. Misschien willen ze een advocaat die hen wijst op de behoeften van elk afzonderlijk, en die kan helpen de voordelen en risico’s voor elke persoon te verklaren, die ook kan bemiddelen bij het ontstaan van eventuele conflicten, die het wettelijk kader kan verklaren, en vervolgens de groep kan begeleiden in het ontwikkelen van een plan dat voor iedereen werkt. Vaak zal hierdoor de ontwikkeling van een open en betrouwbare relatie tussen partijen vergemakkelijkt worden, wat veel belangrijker is dan het lobbyen voor gunstige contractvoorwaarden voor één enkele partij. Tegelijkertijd, wanneer er veel op het spel staat, zal het aandacht geven aan individuele belangen essentieel zijn. In die zin kunnen we veel leren van het “Bemiddelingsrecht”, dat in de eerste plaats wordt toegepast op echtscheidingszaken, en soms gebruikt wordt tot voorbereiding van huwelijkse voorwaarden. In dit samenwerkingsmodel wordt elke partij vertegenwoordigd door een advocaat om haar belangen te doen geld.

Advocaten zijn echter ook hoogopgeleide bemiddelaars, en hierdoor hebben zij aan de onderhandelingstafel meestal een open en coöperatieve instelling. Zoals de onderhandelingen over huwelijkse voorwaarden gezamenlijk worden aangepakt, zo kan deze aanpak ook toegepast worden bij mede-eigendom overeenkomsten, partnerschapsovereenkomsten, en andere situaties waar partijen een evenwicht moeten vinden tussen de behartiging van hun eigen belangen en de wens om samen te komen en samen te werken.

1.8    Advocaten kunnen ook meer vierkante gaten creëren

Proberen innovatieve transacties legaal te categoriseren is zoals het proberen om een vierkant in een rond gat te doen passen. Als zodanig zullen advocaten, die werkzaam zijn op dit gebied, in een goede positie verkeren om een oproep te doen aan de overheid om alternatieve oplossingen te creëren in ons rechtssysteem. Met andere woorden, innovatie en beleidshervorming spelen een belangrijke rol in het werk van de “gemeenschap transactie advocaten. Tijdens de uitoefening van hun beroepsactiviteiten zullen de advocaten van de deeleconomie herkennen hoe bijvoorbeeld een wet of een lokaal bestemmingsplan kan worden verbeterd om het delen aan te moedigen, om stedelijke landbouw te stimuleren, of om nieuwe vormen van mede-eigendom mogelijk te maken.

Advocaten kunnen ook proactief de architecten worden van nieuwe soorten organisaties, van nieuwe juridische structuren voor het delen, en van mechanismen voor de bescherming van de “commons”. In dezelfde geest, bijvoorbeeld, heeft Creative Commons [2] een nieuwe licentie-structuur voor het uitwisselen van ideeën en creatief werk.

1.9    Creëren van een wereld meer gericht op delen

In de kleinste uithoeken van de wereld zijn advocaten begonnen met dit werk. Onlangs nog bijvoorbeeld zijn de in Oakland (USA) gevestigde advocaat Jenny Kassan en de schrijver van het hoger gebruikte artikel, Janelle Orsi, medeoprichters geworden van het “ Center for Sustainable Economies and Law”, een organisatie die ruimte creëert voor de ontwikkeling van dit nieuwe gebied, instrumenten en middelen produceert voor het publiek en ook leermogelijkheden biedt aan studenten in de rechten. Met een beetje geluk zal dit centrum in de nabije toekomst scholen opstarten, die lessen aanbieden, gericht op deze innovatieve transacties.

Binnenkort zal een nieuwe generatie van “Delen advocaten” of “Gemeenschap transactie advocaten” in staat zijn om maatschappelijk relevant werk te verrichten voor interessante klanten, dit in een praktijkdomein dat afwijkt van de gebruikelijke big 5 consultancy bureaus en loopbaantrajecten bij de overheid.

[1] Vertaling van een artikel van Janelle Orsi, zoals verschenen op shareable.net. Janelle Orsi is de auteur van o.a. Practicing Law in the Sharing Economy: Helping People Build Cooperatives, Social Enterprise, and Local Sustainable Economies [2] http://www.creativecommons.be/nl

Tijd voor de sharing economy?

Tijd voor de sharing economy?

De overheid doet er best aan om met een open geest naar sharing economy-platformen zoals Uber te kijken, en zou best het initiatief nemen om een eigen toekomstvisie te ontwikkelen. Een goed begin is alvast meer onderzoek te doen naar deze nieuwe zakenmodellen en hoe we ze moeten inpassen in de Belgische rechtsorde. Dat vindt Erik De Ridder.

Op de website van GTL-Taxi lazen we dat het Brusselse gewest zich als burgerlijke partij voegde bij de zaak tegen Uber. Daarbovenop diende Pascal Smet (sp.a) minister van het Brussels gewest voor mobiliteit en openbare werken, tegen Uber een strafklacht in bij het Brusselse parket. Ook deed hij een verzoek aan de BBI en de staatsecretarissen voor bestrijding van fiscale fraude en sociale fraude/privacy om de activiteiten van Uber onder de loep te nemen. 

De rechtbank van koophandel in Brussel veroordeelde Uber Belgium – op verzoek van Taxi Radio Bruxellois, de uitbater van Taxis Verts, de grootste taxiorganisatie van Brussel – bij verstek tot de betaling van een dwangsom van 10.000 euro per overtreding wegens schending van de eerlijke marktpraktijken. Uber had geen vergunning voor taxidiensten zoals verplicht in artikel 3 van de ordonnantie over de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur. Uit de media vernamen we dat Uber in hoger beroep ging tegen het vonnis.

Ondertussen raakte wel bekend dat Pascal Smet eraan denkt om Uber te legaliseren onder bepaalde voorwaarden. De Brusselse taxisector is daar niet over te spreken.

Complex algoritme

De nieuwe technologieën zoals geolocalisatie en de verhoogde contactmogelijkheden via sociale netwerken als Facebook en LinkedIn creëren nieuwe opportuniteiten om verplaatsingen aangenamer en efficiënter te maken. In die context situeert zich ook Uber dat zich als een innovatief, goedkoop en sociale alternatief voor de huidige taxisector presenteert.

Maar hoe werkt Uber precies?

Op de Amerikaanse website Uber.com (aandeelhouders zijn onder andere Google en Goldman Sachs) kun je een taxi-app downloaden en installeren op je smartphone. Daarbij geef je je persoons- en kredietkaartgegevens en je locatie in. Je verleent Uber de toestemming om alle gegenereerde data via de app in een Amerikaanse database te bewaren. Via de app bestel je een Uberchauffeur om je op te pikken en te vervoeren naar jouw gewenste bestemming. De app registreert vervoerorders van vragers en aanbieders en verwijst die door naar leveranciers van geolocalisatie-, betaal- en vervoerdiensten (de chauffeurs dus). Daarnaast registreert de app persoon-, locatie- en betaalgegevens en neemt daarvan het eigenaarschap na toestemming van de persoon in kwestie. De app stelt bovendien de prijszetting voor de diensten beschikbaar op basis van een complex algoritme dat uitgevoerd wordt op alle verzamelde data zoals onder andere aanbod, vraag, prijs, locatie. Tot slot houdt de app ook een percentage in van de prijs van de uitgevoerde transactie via de app. Uber ontvangt dus een commissie op de omzet, maar het betaalverkeer verloopt rechtstreeks tussen de klant en de chauffeur via tussenkomst van een betaaldienst (bijvoorbeeld Visa).

Waar knelt het schoentje?

De bezwaren tegen Uber, zowel in het vonnis als in de berichtgeving, waren niet mals. Ik wil daar graag wat kanttekeningen bij plaatsen.

  1. Uber schendt volgens de rechter de eerlijke marktpraktijken omdat het geen vergunning voor taxidiensten heeft.

Uber stelt daartegen dat het geen transportdiensten (of taxidiensten) levert, omdat het een softwarebedrijf is en het de gebruikers van de Uber-app zijn die eventueel taxidiensten verschaffen in de hoedanigheid van zelfstandige of zelfstandige in bijberoep.

Merk wel op, ‘eventueel’, want wat met iemand die heel af en toe personen oppikt (vergelijk het met liften) omdat de vervoersaanvraag in de richting van zijn bestemming ligt? Dat carpoolen is niet alleen geen taxidienst, het beperkt ook het aantal auto’s in het verkeer, wat de files vermindert en het milieu ten goede komt.

  1. Uber bezondigt zich volgens de rechter aan oneerlijke marktpraktijken en schendt volgens critici de arbeids-, sociale en fiscale wetgeving en faciliteert sociale en fiscale fraude.

Aangezien Uber zelf geen personen tewerkstelt, meent het niet onderhevig te zijn aan de arbeidswetgeving, noch verplicht om sociale en fiscale inhoudingen te doen op de geldstromen die tot stand komen via het Uberplatform. Het is immers aan de gebruikers om zich in lijn te stellen met de lokale arbeids-, sociale, fiscale- en andere regelgeving. Uber zelf werkt enkel met kredietkaarten, het betaalverkeer is dus volledig transparant en staat zwarte betalingen niet toe. Het bedrijf merkt in de media op dat ze dat beter doen dan de klassieke taxisector, die nog veel cash betalingen en papieren rittenregistraties gebruikt.

Bovendien verwijt Uber de overheden zelf kartelvorming en oneerlijke marktpraktijken omdat ze rechter en partij zijn bij de toekenning van de vergunningen en hun aantal artificieel beperken en voorbehouden voor een aantal geprivilegieerde partners in ruil voor een hoge vergoeding zonder evenwaardige tegenprestatie. Uber stelt dat de overheid de prijzen reglementeert, en men kan zich de vraag stellen of dat wel in lijn is met het Europese vrije dienstenverkeer.

Het spreekt vanzelf dat die argumenten niet helemaal overtuigen: Uber oefent weliswaar geen direct gezag uit op de vervoerders, maar het geeft wel richtlijnen over hoe ze zich moeten gedragen, en laat bovendien geen onderhandelingen van de vervoerders toe over de prijs, want het Uberalgoritme doet de prijszetting. Ook verbiedt Uber dat de chauffeurs fooien ontvangen. Merk op dat die argumenten gebruikt zijn in een claim wegens oneerlijke marktpraktijken tegen Uber voor het US district court northern district of California, waarin Uber wordt verweten wel degelijk chauffeurs tewerk te stellen.

  1. Uber geeft onvoldoende kwaliteit, veiligheid en verzekeringsgaranties, vinden critici?

In het beleidsplan voor mobiliteit voor de toekomst van het Brussels gewest vinden we de voorwaarden voor het uitoefenen van een taxibedrijf in Brussel onder andere: zedelijk onbesproken zijn, solvabel zijn en over een bekwaamheidscertificaat beschikken (toegekend na een gedrag-, taal-, topografische- en houding test). Daarnaast moet men een taxi-verzekering hebben.

Uber stelt dat het ook het zedelijk gedrag van zijn chauffeurs controleert, de kredietwaardigheid kent van zijn chauffeurs en de bekwaamheid van zijn chauffeurs nagaat op basis van objectieve criteria zoals bijvoorbeeld het wederzijds ‘raten’ van chauffeurs en klanten. Onvoldoende verzekerd dan maar? De chauffeurs zijn gedekt door hun burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering maar, om disputen te voorkomen, garandeert Uber nog eens een bijkomende verzekering via een kapitaalkrachtige verzekeringspartner. Onveilig? Uber weet exact wie met wie meerijdt, waar en om hoe laat.

  1. Uber schendt de wetgeving op de privacy, vinden critici ?

Via de app verzamelt Uber enorm veel persoonlijke gegevens over het gedrag van zijn gebruikers. Die data vertegenwoordigen een schat aan waarde (momenteel wordt Uber gewaardeerd op 40 miljard dollar) die toekomt aan een select kransje personen in Silicon Valley. Uber garandeert ons dat alle data in lijn met de Belgische en Europese privacywetgeving gebruikt worden. Toezicht op dat punt zal moeten uitwijzen of dat klopt.

Wel kan men zich afvragen hoe je dat je in de praktijk gaat controleren. De Uberdatabase staat in de VS onder toezicht van de Amerikaanse controleautoriteiten die, zoals geweten, sterk samenwerken met IT-bedrijven. Hoe en op welke rechtsgronden kunnen we als burgers reageren tegen misbruik van onze data? De beste manier is waarschijnlijk een ‘class action suit’ ingesteld door een gebruikersorganisatie, gebaseerd op basis van artikel 1383 BW te waken over het zorgvuldig omspringen met persoonsgegevens.

Eigen toekomstvisie

Het juridische steekspel tussen sharing economy-spelers als Uber, Airbnb en consoorten en de overheid is pas gestart. Beide partijen hebben onder de huidige wetgeving argumenten voor en tegen elkaar. Ik zie daarbij drie mogelijke ontwikkelingen.

Mogelijkheid 1: de overheid houdt voet bij stuk en kwalificeert Uber wel degelijk als leverancier van taxidiensten die taxichauffeurs tewerk stelt en zo fiscale en sociale bijdragen verschuldigd is, en een licentie van de overheid moet hebben. Uber kan zich daarbij neerleggen of haar businessmodel aanpassen (bijvoorbeeld toelaten dat contracten rechtstreeks tussen klant en zelfstandige dienstverlener worden onderhandeld én gesloten).

Mogelijkheid 2: de overheid staat open voor modernisering. Dat kan door bijvoorbeeld de huidige (taxi)wetgeving te vereenvoudigen en te moderniseren, door een praktische gids op te stellen met een minimum eisenpakket zoals verplichte aansluiting van gebruikers van zulke platforms bij een soort gebruikersvereniging die hun belangen verdedigt, hen een minimum sociaal en verzekeringspakket garandeert, naast respect voor de privacy van de gebruikers. Of waarom geen label gebruiken dat aangeeft dat de platformen de wettelijke regels en ethische normen respecteren?

Mogelijkheid 3: de overheid ontwikkelt en faciliteert persoon-tot-persoon transacties tussen burgers, ondernemingen en overheden onderling in een helder juridisch kader en ontwikkelt zelf netwerkplatformen.

Persoonlijk ben ik van mening dat een overheid er best aan doet om met een open geest naar sharing economy-platformen zoals Uber te kijken en het initiatief neemt om een eigen toekomstvisie te ontwikkelen. Een goed begin is alvast meer onderzoek te doen naar deze nieuwe zakenmodellen en hoe we ze moeten inpassen in de Belgische rechtsorde.

Kh. Brussel 31 maart 2014, Taxi Radio Bruxellois t. Uber Belgium sprl

www.legalworld.be

[1] Tribunal de commerce Bruxelles 31 mars 2014, IEFbe 782 (Taxi Radio Bruxellois contre Uber Belgium).

 

e-boek bezitten of delen (PDF versie)

Airbnb, Uber, stadslandbouw, energiecoöperaties, autodelen, co-housing projecten, Repair Café’s, Community Land Trusts, open source software: wereldwijd zien we zulke initiatieven ontstaan. In het boek Bezitten of delen beschrijft Erik De Ridder, specialist in de juridische kant van duurzame economie, zijn persoonlijke ontdekkingstocht in de wereld van de deeleconomie.

Deelinitiatieven zijn nog niet met elkaar verbonden in een nieuwe sociaaleconomische beweging, maar alles wijst erop dat dit in de komende jaren wenselijk is en ook zal gebeuren. Voorlopig noemen we deze sociaaleconomische beweging in het Nederlands de “deeleconomie”. Daarbij keren vaak dezelfde vragen terug: Is delen een alternatief voor bezitten? Is dat wenselijk, noodzakelijk, onvermijdelijk?

Welke initiatieven bestaan er al? Wat zijn de voordelen bij de deeleconomie? Hoe lanceer je zelf een initiatief op het vlak van deeleconomie in je buurt? Welke problemen stellen er zich op regelgevend vlak? Welke houding moet de overheid aannemen?

Bestel het e-boek (PDF versie) via deze link.

HEB JE JURIDISCHE VRAGEN?

De auteur werkt bij Cder, Centrum voor duurzame economie en recht. Hij werkt in die hoedanigheid als adviesverlener, ook voor de overheid, en weet als geen ander de juiste antwoorden op de bovenstaande vragen. Contacteer hem als je een juridische vraag hebt over de deeleconomie, een voorstelling van jouw deeleconomie-initiatief wil schrijven voor de tweede druk van het boek, als je het boek wil steunen, een samenwerkingsmogelijkheid ziet of een suggestie hebt hoe dit boek zich beter kan ontwikkelen.