Tijd voor de sharing economy?

De overheid doet er best aan om met een open geest naar sharing economy-platformen zoals Uber te kijken, en zou best het initiatief nemen om een eigen toekomstvisie te ontwikkelen. Een goed begin is alvast meer onderzoek te doen naar deze nieuwe zakenmodellen en hoe we ze moeten inpassen in de Belgische rechtsorde. Dat vindt Erik De Ridder.

Op de website van GTL-Taxi lazen we dat het Brusselse gewest zich als burgerlijke partij voegde bij de zaak tegen Uber. Daarbovenop diende Pascal Smet (sp.a) minister van het Brussels gewest voor mobiliteit en openbare werken, tegen Uber een strafklacht in bij het Brusselse parket. Ook deed hij een verzoek aan de BBI en de staatsecretarissen voor bestrijding van fiscale fraude en sociale fraude/privacy om de activiteiten van Uber onder de loep te nemen. 

De rechtbank van koophandel in Brussel veroordeelde Uber Belgium – op verzoek van Taxi Radio Bruxellois, de uitbater van Taxis Verts, de grootste taxiorganisatie van Brussel – bij verstek tot de betaling van een dwangsom van 10.000 euro per overtreding wegens schending van de eerlijke marktpraktijken. Uber had geen vergunning voor taxidiensten zoals verplicht in artikel 3 van de ordonnantie over de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur. Uit de media vernamen we dat Uber in hoger beroep ging tegen het vonnis.

Ondertussen raakte wel bekend dat Pascal Smet eraan denkt om Uber te legaliseren onder bepaalde voorwaarden. De Brusselse taxisector is daar niet over te spreken.

Complex algoritme

De nieuwe technologieën zoals geolocalisatie en de verhoogde contactmogelijkheden via sociale netwerken als Facebook en LinkedIn creëren nieuwe opportuniteiten om verplaatsingen aangenamer en efficiënter te maken. In die context situeert zich ook Uber dat zich als een innovatief, goedkoop en sociale alternatief voor de huidige taxisector presenteert.

Maar hoe werkt Uber precies?

Op de Amerikaanse website Uber.com (aandeelhouders zijn onder andere Google en Goldman Sachs) kun je een taxi-app downloaden en installeren op je smartphone. Daarbij geef je je persoons- en kredietkaartgegevens en je locatie in. Je verleent Uber de toestemming om alle gegenereerde data via de app in een Amerikaanse database te bewaren. Via de app bestel je een Uberchauffeur om je op te pikken en te vervoeren naar jouw gewenste bestemming. De app registreert vervoerorders van vragers en aanbieders en verwijst die door naar leveranciers van geolocalisatie-, betaal- en vervoerdiensten (de chauffeurs dus). Daarnaast registreert de app persoon-, locatie- en betaalgegevens en neemt daarvan het eigenaarschap na toestemming van de persoon in kwestie. De app stelt bovendien de prijszetting voor de diensten beschikbaar op basis van een complex algoritme dat uitgevoerd wordt op alle verzamelde data zoals onder andere aanbod, vraag, prijs, locatie. Tot slot houdt de app ook een percentage in van de prijs van de uitgevoerde transactie via de app. Uber ontvangt dus een commissie op de omzet, maar het betaalverkeer verloopt rechtstreeks tussen de klant en de chauffeur via tussenkomst van een betaaldienst (bijvoorbeeld Visa).

Waar knelt het schoentje?

De bezwaren tegen Uber, zowel in het vonnis als in de berichtgeving, waren niet mals. Ik wil daar graag wat kanttekeningen bij plaatsen.

  1. Uber schendt volgens de rechter de eerlijke marktpraktijken omdat het geen vergunning voor taxidiensten heeft.

Uber stelt daartegen dat het geen transportdiensten (of taxidiensten) levert, omdat het een softwarebedrijf is en het de gebruikers van de Uber-app zijn die eventueel taxidiensten verschaffen in de hoedanigheid van zelfstandige of zelfstandige in bijberoep.

Merk wel op, ‘eventueel’, want wat met iemand die heel af en toe personen oppikt (vergelijk het met liften) omdat de vervoersaanvraag in de richting van zijn bestemming ligt? Dat carpoolen is niet alleen geen taxidienst, het beperkt ook het aantal auto’s in het verkeer, wat de files vermindert en het milieu ten goede komt.

  1. Uber bezondigt zich volgens de rechter aan oneerlijke marktpraktijken en schendt volgens critici de arbeids-, sociale en fiscale wetgeving en faciliteert sociale en fiscale fraude.

Aangezien Uber zelf geen personen tewerkstelt, meent het niet onderhevig te zijn aan de arbeidswetgeving, noch verplicht om sociale en fiscale inhoudingen te doen op de geldstromen die tot stand komen via het Uberplatform. Het is immers aan de gebruikers om zich in lijn te stellen met de lokale arbeids-, sociale, fiscale- en andere regelgeving. Uber zelf werkt enkel met kredietkaarten, het betaalverkeer is dus volledig transparant en staat zwarte betalingen niet toe. Het bedrijf merkt in de media op dat ze dat beter doen dan de klassieke taxisector, die nog veel cash betalingen en papieren rittenregistraties gebruikt.

Bovendien verwijt Uber de overheden zelf kartelvorming en oneerlijke marktpraktijken omdat ze rechter en partij zijn bij de toekenning van de vergunningen en hun aantal artificieel beperken en voorbehouden voor een aantal geprivilegieerde partners in ruil voor een hoge vergoeding zonder evenwaardige tegenprestatie. Uber stelt dat de overheid de prijzen reglementeert, en men kan zich de vraag stellen of dat wel in lijn is met het Europese vrije dienstenverkeer.

Het spreekt vanzelf dat die argumenten niet helemaal overtuigen: Uber oefent weliswaar geen direct gezag uit op de vervoerders, maar het geeft wel richtlijnen over hoe ze zich moeten gedragen, en laat bovendien geen onderhandelingen van de vervoerders toe over de prijs, want het Uberalgoritme doet de prijszetting. Ook verbiedt Uber dat de chauffeurs fooien ontvangen. Merk op dat die argumenten gebruikt zijn in een claim wegens oneerlijke marktpraktijken tegen Uber voor het US district court northern district of California, waarin Uber wordt verweten wel degelijk chauffeurs tewerk te stellen.

  1. Uber geeft onvoldoende kwaliteit, veiligheid en verzekeringsgaranties, vinden critici?

In het beleidsplan voor mobiliteit voor de toekomst van het Brussels gewest vinden we de voorwaarden voor het uitoefenen van een taxibedrijf in Brussel onder andere: zedelijk onbesproken zijn, solvabel zijn en over een bekwaamheidscertificaat beschikken (toegekend na een gedrag-, taal-, topografische- en houding test). Daarnaast moet men een taxi-verzekering hebben.

Uber stelt dat het ook het zedelijk gedrag van zijn chauffeurs controleert, de kredietwaardigheid kent van zijn chauffeurs en de bekwaamheid van zijn chauffeurs nagaat op basis van objectieve criteria zoals bijvoorbeeld het wederzijds ‘raten’ van chauffeurs en klanten. Onvoldoende verzekerd dan maar? De chauffeurs zijn gedekt door hun burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering maar, om disputen te voorkomen, garandeert Uber nog eens een bijkomende verzekering via een kapitaalkrachtige verzekeringspartner. Onveilig? Uber weet exact wie met wie meerijdt, waar en om hoe laat.

  1. Uber schendt de wetgeving op de privacy, vinden critici ?

Via de app verzamelt Uber enorm veel persoonlijke gegevens over het gedrag van zijn gebruikers. Die data vertegenwoordigen een schat aan waarde (momenteel wordt Uber gewaardeerd op 40 miljard dollar) die toekomt aan een select kransje personen in Silicon Valley. Uber garandeert ons dat alle data in lijn met de Belgische en Europese privacywetgeving gebruikt worden. Toezicht op dat punt zal moeten uitwijzen of dat klopt.

Wel kan men zich afvragen hoe je dat je in de praktijk gaat controleren. De Uberdatabase staat in de VS onder toezicht van de Amerikaanse controleautoriteiten die, zoals geweten, sterk samenwerken met IT-bedrijven. Hoe en op welke rechtsgronden kunnen we als burgers reageren tegen misbruik van onze data? De beste manier is waarschijnlijk een ‘class action suit’ ingesteld door een gebruikersorganisatie, gebaseerd op basis van artikel 1383 BW te waken over het zorgvuldig omspringen met persoonsgegevens.

Eigen toekomstvisie

Het juridische steekspel tussen sharing economy-spelers als Uber, Airbnb en consoorten en de overheid is pas gestart. Beide partijen hebben onder de huidige wetgeving argumenten voor en tegen elkaar. Ik zie daarbij drie mogelijke ontwikkelingen.

Mogelijkheid 1: de overheid houdt voet bij stuk en kwalificeert Uber wel degelijk als leverancier van taxidiensten die taxichauffeurs tewerk stelt en zo fiscale en sociale bijdragen verschuldigd is, en een licentie van de overheid moet hebben. Uber kan zich daarbij neerleggen of haar businessmodel aanpassen (bijvoorbeeld toelaten dat contracten rechtstreeks tussen klant en zelfstandige dienstverlener worden onderhandeld én gesloten).

Mogelijkheid 2: de overheid staat open voor modernisering. Dat kan door bijvoorbeeld de huidige (taxi)wetgeving te vereenvoudigen en te moderniseren, door een praktische gids op te stellen met een minimum eisenpakket zoals verplichte aansluiting van gebruikers van zulke platforms bij een soort gebruikersvereniging die hun belangen verdedigt, hen een minimum sociaal en verzekeringspakket garandeert, naast respect voor de privacy van de gebruikers. Of waarom geen label gebruiken dat aangeeft dat de platformen de wettelijke regels en ethische normen respecteren?

Mogelijkheid 3: de overheid ontwikkelt en faciliteert persoon-tot-persoon transacties tussen burgers, ondernemingen en overheden onderling in een helder juridisch kader en ontwikkelt zelf netwerkplatformen.

Persoonlijk ben ik van mening dat een overheid er best aan doet om met een open geest naar sharing economy-platformen zoals Uber te kijken en het initiatief neemt om een eigen toekomstvisie te ontwikkelen. Een goed begin is alvast meer onderzoek te doen naar deze nieuwe zakenmodellen en hoe we ze moeten inpassen in de Belgische rechtsorde.

Kh. Brussel 31 maart 2014, Taxi Radio Bruxellois t. Uber Belgium sprl

www.legalworld.be

[1] Tribunal de commerce Bruxelles 31 mars 2014, IEFbe 782 (Taxi Radio Bruxellois contre Uber Belgium).

 

Met Airbnb kan iedereen ‘hotelletje spelen’. En met Uber is iedereen straks taxichauffeur.De Tijd 26 JUN 2014 door Peter De Groote

Online start-ups, die inspelen op de populariteit om dingen te delen, zetten sector na sector op zijn kop.
‘Dit is een botsing tussen de 20ste en de 21ste eeuw.’

Welkom bij Tim, dertiger en eigenaar van een gerenoveerd herenhuis. Met zijn vrouw en kinderen betrekt hij de onderste twee etages. De bovenste twee verhuurt hij. Aanvankelijk via immosites. Sinds november via Airbnb, een populaire Amerikaanse website waar particulieren voor korte tijd een deel van hun huis of appartement te huur aanbieden. Vooral aan citytrippers die genoeg hebben van klassieke hotels en het bijzonder vinden bij iemand thuis te overnachten.

Tim kan zijn geluk niet op. ‘Vroeger verhuurden we de bovenste helft van ons huis op de private huurmarkt voor 500 euro per maand. Maar dan hadden we ook het gevoel dat er constant mensen in huis rondliepen. Via Airbnb verdienen we evenveel in vier weekends, en dat na aftrek van de kleine 10 procent commissie die Airbnb opstrijkt.’

Airbnb is een van de vaandeldragers van de bloeiende peer-to-peereconomie, een economie waarin mensen – vaak via het internet – als peers of gelijken handel drijven. Goederen en diensten worden gedeeld of verhuurd in plaats van verkocht. De overheid heeft er weinig te zoeken. Bedrijven zijn smeerolie tussen consumenten veeleer dan verkoopmachines.

Ook Uber, dat deze week aankondigde dit jaar in Brussel en Antwerpen te willen starten, huldigt de peer-to-peerfilosofie. Via een online platform brengt het mensen op zoek naar een lift in contact met chauffeurs van vrij luxueuze auto’s. Uber is geen klassiek taxibedrijf: het heeft geen telefooncentrale en de chauffeurs zijn vaak zelfstandigen. Eigenlijk is het een ontwikkelaar en beheerder van een mobiele online dienst die mensen verbindt die elkaar vroeger nooit hadden gevonden.

Die verbindingen vinden vandaag op zo’n grote schaal plaats – de wereldwijde peer-to-peerverhuurmarkt werd vorig jaar op 26 miljard dollar geschat – dat ze steeds meer rimpels veroorzaken in de klassieke economie. De manier waarop Tim ‘hotelletje speelt’, illustreert waarom. Buitenlandse toeristen die jaren geleden in een ‘echt’ hotel zouden zijn beland, komen vandaag steeds vaker bij mensen als Tim uit.

ONGELIJKE WAPENS

De omvang van Airbnb blijft vooralsnog beperkt in België, maar steden als Amsterdam en Barcelona geven een voorsmaakje van wat mogelijk komen gaat. In Amsterdam is het aanbod van Airbnb gelijk aan iets meer dan een kwart van de gewone hotelkamers, in Barcelona meer dan een derde. Uber is minstens zo populair. In Frankrijk zelfs zo populair dat klassieke taxichauffeurs uit frustratie al meer dan tien Uber-auto’s aanvielen.

Dat zijn niet louter conservatieve krampen. Peer-to-peerbedrijven zijn niet alleen nieuwe concurrenten, ze strijden ook met ongelijke wapens. Neem nu Tim. De hotelbaas in bijberoep verdient een aardige boterham aan zijn bovenverdieping, maar legt wel alle bijbehorende verplichtingen naast zich neer.

Zo heeft hij zich niet geregistreerd op vlis.vlaanderen.be, sinds de invoering van het Logiesdecreet in 2010 nochtans verplicht voor wie vakantieverblijven aanbiedt. Hij betaalt geen belastingen op zijn huurinkomsten, en al evenmin een stadsbelasting voor toeristische verblijven. ‘Het is me niet duidelijk volgens welke regeling ik belastingen zou moeten betalen’, zegt hij. ‘Ben ik verplicht mijn Airbnb-inkomsten aan te geven? Dan zal ik dat later dit jaar bekijken met mijn boekhouder.’

De peer-to-peereconomie heeft lak aan wetten en regelneverij. Net omdat een overeenkomst zich online en uit het zicht van de overheid voltrekt – geen enkele Airbnb-aanbieder heeft ‘hotel’ boven zijn voordeur hangen en de online profielen zijn afgeschermd – zijn gebruikers niet snel geneigd het boekje te volgen. Bovendien is het ‘boekje’ er één van de oude economie. ‘Er bestaat geen duidelijk kader voor de inkomsten uit peer-to-peer’, zegt Angelo Meuleman, expert gedeelde mobiliteit bij Taxistop (bekend van onder meer het autodeelinitiatief Cambio) en Ouishare, een wereldwijd kennisplatform voor de peer-to-peereconomie. ‘Zulke inkomsten zitten vaak in een grijze zone. En zolang de initiatieven kleinschalig zijn, maakt de fiscus of de btw-inspectie er geen prioriteit van.’

DIVERSE INKOMSTEN

‘Als het geen beroepsinkomsten zijn, moeten ze sowieso onder het vakje diverse inkomsten worden aangegeven’, beklemtoont Francis Adyns, de woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën, die eraan toevoegt dat de fiscus ‘het internet afspeurt naar initiatieven zoals Airbnb’. Maar Meuleman werpt op: ‘De overheid heeft het niet enkel moeilijk om transacties te controleren. Het is ook onduidelijk wat als onkostenvergoeding kan worden beschouwd en wat als inkomsten. Transacties zijn ook niet altijd financieel: wat met platformen die ruilen of elkaar diensten verlenen, zoals de Lets-groepen?’

Navraag bij Lets Gent, met meer dan 500 leden de grootste Lets-groep van Vlaanderen, leert dat de fiscus een viertal jaar geleden Lets Gent vrije baan gaf, op voorwaarde dat het ‘binnen de sfeer van vrijetijdswerk bleef’. ‘Sindsdien zijn we meer dan verdubbeld in omvang’, zegt Johan Boelaert van Lets Gent. ‘Ik weet niet hoelang de fiscus ons als kleinschalig blijft beschouwen.’ Meuleman verklaart de grijze legale zone waar veel peer-to-peerbedrijven in vertoeven als volgt: ‘Peer-to-peer draait vaak rond 21ste-eeuwse oplossingen voor dagdagelijkse problemen. Denk aan buren die met elkaar een auto delen, wat logischer wordt omdat een aankoop van een auto nu eenmaal duur is en er al veel voertuigen rondrijden. Maar dat wringt met wetten en regels die vooral zijn opgesteld in de 20ste eeuw, toen van zulke problemen – laat staan van de oplossingen ervoor – geen sprake was.’

De fiscaal jurist Erik De Ridder, die zich de jongste jaren in de peer-to-peer economie specialiseerde, voegt daaraan toe dat de aandeelhouders van bedrijven als Airbnb en Uber die tweespalt handig uitbuiten. ‘Goldman Sachs en Google, allebei aandeelhouder van Uber, lobbyen bij de Europese Unie om met Uber nog sneller toegang te krijgen tot de Europese markt. Ze beseffen dat ze een business in handen hebben waarmee ze snel marktaandeel kunnen winnen. Ook het bedrijfsmodel van Uber is gespleten: op het eerste gezicht is de filosofie erg modern, maar achter de schermen gaat het heel ouderwets over marktaandeel veroveren en winst maken.’

DIARREE AAN RECHTSZAKEN

De Sturm und Drang van bedrijven als Airbnb en Uber vertaalt zich wereldwijd in een diarree van rechtszaken en overheden die op de rem gaan staan. Frankrijk verplichtte Uber-chauffeurs eind vorig jaar na de bestelling een kwartier te wachten alvorens hun klanten op te pikken, zodat de klassieke taxichauffeurs ook de kans krijgen om de klant te vervoeren. In Berlijn is het sinds 1 januari verboden voor particulieren hun woning aan toeristen te verhuren. Het enorme succes van Airbnb vormde niet alleen stevige concurrentie voor de hotels, maar creëerde ook overlast in sommige buurten en een tekort aan woningen op de private huurmarkt.

Ook in ons land is meer regelgeving op komst. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt aan regels die de fiscale ongelijkheid tussen Airbnb- en hoteluitbaters moeten wegwerken. Het wil Airbnb-uitbaters ook extra eisen opleggen, zoals verse lakens en een eigen badkamer. Het is bovendien hoogst onzeker dat het Gewest de wet voor taxivervoer versoepelt zodat Uber zou kunnen neerstrijken in Brussel. Horeca Vlaanderen zegt te zullen blijven vechten tegen ‘iedereen die horeca speelt zonder de regels te volgen’. Het Departement Internationaal Vlaanderen, dat Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois adviseert (N-VA), is op verzoek van Horeca Vlaanderen onlangs alvast met een ‘doorlichting’ van Airbnb gestart.

Maar peer-to-peer is niet te stoppen. De vraag is er, de technologie ook. ‘Overheden focussen zich maar beter op het opstellen van juiste regels dan op repressie’, zeggen Meuleman en De Ridder. Meuleman stelt voor om een deel van de inkomsten uit peer-to-peer fiscaal vrij te stellen. ‘In ruil kan de overheid transparantie eisen.’ De Ridder: ‘Waarom geen richtlijn die bepaalt dat wie minder dan dertig dagen per jaar een deel van zijn woning aan onbekenden verhuurt fiscaal wordt vrijgesteld?’

In afwachting houdt Tim verder ‘hotel’ op zijn bovenste verdiepingen. ‘Tot er duidelijke regels zijn, zie ik niet in waarom ik met Airbnb zou stoppen. De zaken draaien goed. En als de overheid de regels verstrengt, dan zien we wel weer.’